Tilburgse automobilist veroordeeld voor aanrijding fietsers door cruise control instellen — RBZWB:2026:2669
schuld aan verkeersongeval met ernstig letsel (artikel 6 WVW)
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 2003)
Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden; vrijgesproken van roekeloosheid.
- Verdachte reed minstens 4,8 seconden zonder aandacht voor verkeer door rood licht terwijl hij cruise control instelde — dit is aanmerkelijke onvoorzichtigheid ex artikel 6 WVW
- Vrijspraak voor roekeloosheid: zowel OM als verdediging en rechtbank achtten roekeloosheid niet bewezen
- Één slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op (twee gebroken wervels, hersenschudding) met mogelijk blijvende gevolgen
- Geen onvoorwaardelijke rijontzegging opgelegd omdat rijbewijs niet was ingevorderd, recidiverisico laag is en het feit bijna een jaar geleden plaatsvond
- Geslaagd mediationtraject met één slachtoffer en schuldbewuste proceshouding meegewogen in strafbepaling
Samenvatting
Een jonge automobilist uit Tilburg heeft op 16 mei 2025 een ernstig verkeersongeval veroorzaakt op de Ringbaan Zuid in Tilburg. Terwijl hij reed, was hij bezig met het instellen van de cruise control van zijn auto. Daardoor hield hij zijn aandacht minstens 4,8 seconden niet op het verkeer gericht en reed hij door een rood licht dat al bijna vijf seconden brandde. Twee fietsers die op dat moment groen licht hadden en de weg overstaken, werden aangereden.
De gevolgen voor de slachtoffers waren ernstig. Één van hen liep meerdere schaafwonden, een lichte hersenschudding en een gebroken duim op, waarvoor een operatie nodig was. Het andere slachtoffer raakte twee wervels kwijt — de C4 en C7 — en liep ook een hersenschudding op. Zij ondervindt daar nog dagelijks hinder van en volledig herstel is niet zeker. De rechtbank kwalificeerde haar letsel als zwaar lichamelijk letsel.
De verdediging betoogde dat er slechts sprake was van één enkele verkeersfout en dat daarmee niet was voldaan aan de wettelijke ondergrens van 'aanmerkelijke onvoorzichtigheid' uit de Wegenverkeerswet. De rechtbank verwierp dit standpunt. Volgens de rechters ging het hier om meer dan een moment van onoplettendheid: de verdachte was bewust bezig met een handeling achter het stuur terwijl hij wist dat hij een kruising met verkeerslichten naderde. Een normaal oplettende bestuurder had het rode licht en de fietsers kunnen waarnemen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld.
Van roekeloosheid — het zwaarste verwijt dat in de tenlastelegging was opgenomen — werd de verdachte vrijgesproken. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging waren het daarover eens, en de rechtbank sloot zich daarbij aan.
Bij de strafbepaling speelde mee dat de verdachte, een jongeman van begin twintig zonder strafblad, volledige verantwoordelijkheid heeft genomen en contact heeft gezocht met de slachtoffers. Een mediationtraject met één van hen verliep succesvol. De reclassering schetste een stabiel beeld: hij volgt een hbo-opleiding, heeft geen financiële problemen en er is geen sprake van middelengebruik. Wel kampt hij met psychische gevolgen van het ongeluk — slaapproblemen en herbeleving — waarvoor hij hulp heeft gezocht.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. De rechtbank legde exact die straf op: 120 uur taakstraf en een rijontzegging van zes maanden, volledig voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Omdat het rijbewijs na het ongeluk niet was ingevorderd en het recidiverisico laag wordt ingeschat, zag de rechtbank geen reden om bijna een jaar na het incident alsnog een onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:886, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-02-2026, 02-186307-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8549, Rechtbank Gelderland, 30-09-2025, 05-089017-25
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:14562, Rechtbank Den Haag, 06-08-2025, 09-395-868-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:4558, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-07-2025, 200.334.707
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02-258451-25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2669