ECLI:NL:RVS:2021:380, Raad van State, 24-02-2021, 201905830/1/A3 — RVS:2021:380
Samenvatting
Bij besluit van 13 november 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub 2] een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.500,00. Op 10 februari 2017 heeft bij [appellant sub 2] een arbeidsongeval plaatsgevonden waarbij bij een sinds 23 januari 2017 door [appellant sub 2] via een uitzendbureau ingehuurde werknemer een bedframe op het onderbeen is gevallen. Op het been van het slachtoffer is een zwelling ter grootte van een ei ontstaan. Op 15 februari 2017 heeft hij het letsel aan zijn teammanager laten zien. Deze heeft het slachtoffer aangeraden naar een dokter te gaan. Het slachtoffer heeft zich op 15 februari 2017 ziekgemeld. Hierna heeft hij niet meer voor [appellant sub 2] gewerkt. Op 15 maart 2017 is hij voor de duur van zes dagen in het ziekenhuis opgenomen. Bij de Inspectie SZW is op 16 maart 2017 door een derde melding gemaakt van het arbeidsongeval en de ziekenhuisopname.
Betrokken advocaten
mr. J.R. Baas
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2024:6815, Rechtbank Midden-Nederland, 11-12-2024, 11135355 \ UC EXPL 24-3729
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:5551, Rechtbank Den Haag, 17-04-2024, 23/851
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:RVS:2024:823, Raad van State, 28-02-2024, 202104723/1/A3 en 202104724/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2024:821, Raad van State, 28-02-2024, 202104386/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 februari 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
201905830/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:380