ECLI:NL:RVS:2022:2395, Raad van State, 17-08-2022, 202106221/1/A2 — RVS:2022:2395
Samenvatting
Bij brief van 23 april 2020 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geantwoord op het verzoek van [appellant] van 22 januari 2020 om handhavend op te treden tegen het onthouden van geestelijke gezondheidszorg aan arrestanten opgesloten in politiecellencomplexen. In 2014 is de vrouw van [appellant] overleden als gevolg van een ernstige zwangerschapscomplicatie. Ook het dochtertje waarvan zij zwanger was, is hierdoor overleden. Op de dag van overlijden is [appellant] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van zijn vrouw en dochter. Die dag is hij geplaatst in een cellencomplex in Groningen waar hij op last van de officier van justitie acht dagen in volledige beperkingen heeft doorgebracht. Vervolgens heeft hij nog negen dagen in een huis van bewaring doorgebracht, waarna hij in vrijheid is gesteld. Achteraf heeft het Openbaar Ministerie vastgesteld dat [appellant] ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Het heeft om die reden de strafzaak geseponeerd.
Betrokken advocaten
mr. M. van Dijen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1828, Raad van State, 01-04-2026, 202505923/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1835, Raad van State, 01-04-2026, 202503642/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1844, Raad van State, 01-04-2026, 202501934/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1818, Raad van State, 01-04-2026, 202501320/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 augustus 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202106221/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2395