Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2022:2395Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2022:2395, Raad van State, 17-08-2022, 202106221/1/A2 — RVS:2022:2395

Samenvatting

Bij brief van 23 april 2020 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geantwoord op het verzoek van [appellant] van 22 januari 2020 om handhavend op te treden tegen het onthouden van geestelijke gezondheidszorg aan arrestanten opgesloten in politiecellencomplexen. In 2014 is de vrouw van [appellant] overleden als gevolg van een ernstige zwangerschapscomplicatie. Ook het dochtertje waarvan zij zwanger was, is hierdoor overleden. Op de dag van overlijden is [appellant] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van zijn vrouw en dochter. Die dag is hij geplaatst in een cellencomplex in Groningen waar hij op last van de officier van justitie acht dagen in volledige beperkingen heeft doorgebracht. Vervolgens heeft hij nog negen dagen in een huis van bewaring doorgebracht, waarna hij in vrijheid is gesteld. Achteraf heeft het Openbaar Ministerie vastgesteld dat [appellant] ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Het heeft om die reden de strafzaak geseponeerd.

Betrokken advocaten

mr. M.E. Oosting

appellant

IGJ-Advocaten - Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, UTRECHT

mr. J.H.A. van der Grinten

appellant

Van Doorne, AMSTERDAM

mr. M. van Dijen

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 augustus 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202106221/1/A2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2022:2395

Bekijk op rechtspraak.nl