ECLI:NL:RVS:2025:3114, Raad van State, 09-07-2025, 202305845/1/A3 — RVS:2025:3114
Samenvatting
Bij besluit van 30 november 2022 heeft de burgemeester van Almere aan [appellant] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor de periode van tien dagen, tot 10 december 2022. Op het moment dat het huisverbod werd opgelegd woonde [appellant] samen met [persoon] en hun twee meerderjarige kinderen in een woning in Almere. [appellant] en [persoon] zijn in 2019 gescheiden waarbij het gebruiksrecht van de woning aan [persoon] is toegewezen. Ondanks de toewijzing van de woning aan [persoon] weigerde [appellant] de woning te verlaten en is hij in de woning blijven wonen. Naar aanleiding van een zorgmelding bij Veilig Thuis Flevoland is er een onderzoek gestart naar de gezinssituatie. De burgemeester heeft in de uitkomsten aanleiding gezien om aan [appellant] het tijdelijke huisverbod op te leggen. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester aan hem een tijdelijk huisverbod op kon leggen en dat hij dit verbod ook mocht verlengen. [appellant] voert daartoe aan dat het opleggen van een tijdelijk huisverbod als doel heeft om een adempauze in te lassen voor partijen om afspraken te maken en maatregelen te nemen die de dreiging van huiselijk geweld kunnen wegnemen.
Betrokken advocaten
mr. M. Géron
appellant
mr. P. Huigen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3550, Raad van State, 30-07-2025, 202305204/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2426, Raad van State, 28-05-2025, 202401159/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:1230, Rechtbank Midden-Nederland, 21-03-2025, UTR 25/1473 en 25/1475
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:437, Raad van State, 05-02-2025, 202305273/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 juli 2025
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202305845/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3114