ECLI:NL:RVS:2026:1085, Raad van State, 25-02-2026, 202400654/1/R3 — RVS:2026:1085
Samenvatting
Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de door [appellant C] aangevraagde omgevingsvergunning voor het gebruiken van een bijgebouw in strijd met het bestemmingsplan op het perceel [locatie A] in Den Haag geweigerd. Op het perceel [locatie A] in Den Haag heeft [appellant C], zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, een loods met een oppervlakte van ongeveer 240 m2 en een hoogte van 5,11 m gebouwd die wordt gebruikt als hondentrimsalon en voor het stallen van auto’s. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft die aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo afgewezen. Het college acht de loods ongewenst, omdat die vanwege de forse omvang afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie. [partij A] en anderen wonen ten westen en zuiden van het perceel en vinden de loods om dezelfde redenen als het college ongewenst.
Betrokken advocaten
mr. S.J.C. Hocks
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:621, Raad van State, 04-02-2026, 202503719/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:494, Raad van State, 28-01-2026, 202402283/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:971, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, 23/6638
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27171, Rechtbank Den Haag, 29-12-2025, 24/2088
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202400654/1/R3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1085