ECLI:NL:RVS:2026:1389, Raad van State, 11-03-2026, 202204708/1/A2 — RVS:2026:1389
Samenvatting
Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast (B&B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1841, Raad van State, 01-04-2026, 202300076/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1817, Raad van State, 01-04-2026, 202505870/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1845, Raad van State, 01-04-2026, 202502979/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1818, Raad van State, 01-04-2026, 202501320/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202204708/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1389