Rechter vernietigt weigering bouwplan kassen Voorhout — RVS:2026:1833
bestemmingsplan / ruimtelijke ordening / weigering vaststelling
Eiser / verzoeker
Appellant, wonend in Voorhout, gemeente Teylingen
Verweerder / gedaagde
Raad van de gemeente Teylingen
De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeente Teylingen om het bestemmingsplan niet vast te stellen, wegens ondeugdelijke motivering op meerdere weigeringsgronden.
- De gemeente mocht bij de beoordeling van strijd met de ISG niet doorslaggevend gewicht toekennen aan de mogelijke toekomstige agrarische behoefte aan de bestemming; de ongewenstheid van de bebouwing zelf staat centraal.
- De gemeente heeft niet gemotiveerd waarom de verouderde en niet meer in gebruik zijnde kassen nog als courant moeten worden beschouwd.
- Het argument dat het plan onvoldoende bijdraagt aan herstel van een open landschapsbeeld is onvoldoende, nu het plan juist meer zichtlijnen creëert door sloop van alle kassen.
- De weigering op grond van mogelijke geluidshinder van het nabijgelegen tankstation is onvoldoende onderbouwd, omdat de gemeente geen aanvullend akoestisch onderzoek heeft verlangd of uitgevoerd.
Samenvatting
Een inwoner van Voorhout wilde op twee percelen met vervallen kassen nieuwe woningen realiseren. Het plan voorzag in het slopen van alle verouderde glastuinbouwbebouwing, het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning en het bouwen van een nieuwe zogenoemde greenportwoning. De gemeente Teylingen weigerde echter het bijbehorende bestemmingsplan vast te stellen.
De gemeenteraad noemde meerdere redenen voor die weigering. Zo zou het plan in strijd zijn met de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG), een regionaal beleidskader dat de kwaliteit van het buitengebied in de Duin- en Bollenstreek moet bewaken. Ook vreesde de raad dat de nieuwe woningen te dicht bij bollenteeltgronden en een nabijgelegen tankstation zouden komen, en dat onvoldoende was aangetoond dat gewasbeschermingsmiddelen op minder dan vijftig meter afstand veilig zijn. Bovendien zou het plan niet bijdragen aan de behoefte aan betaalbare woningen.
De eigenaar van één van de percelen tekende beroep aan bij de Raad van State. Hij voerde aan dat de gemeente zijn plannen ten onrechte had afgewezen en dat de motivering op meerdere punten niet deugde.
De Raad van State stelt de appellant op het punt van de ISG in het gelijk. Uit die structuurvisie blijkt dat kwaliteitsverbetering centraal staat, met name door het opruimen van incourante en ongewenste bebouwing. De Afdeling oordeelt dat de gemeente ten onrechte de nadruk heeft gelegd op de vraag of er in de toekomst nog behoefte zou kunnen zijn aan de agrarische bestemming van de grond. Dat argument speelt volgens de structuurvisie geen rol: het gaat er juist om of de bebouwing zelf als ongewenst moet worden beschouwd. De gemeente had bovendien niet onderbouwd waarom de verouderde kassen nog als courant zouden gelden. Ook het argument over onvoldoende verbetering van het landschapsbeeld snijdt geen hout, omdat het plan juist voor meer zichtlijnen zorgt doordat de kassen volledig verdwijnen.
Over de nabijheid van het tankstation oordeelt de Afdeling dat de gemeente weliswaar mag afwijken van de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, maar dat dit dan wel goed onderbouwd moet worden. De raad heeft nagelaten een aanvullend akoestisch onderzoek te verlangen of zelf te laten uitvoeren om te beoordelen of het tankstation dat dag en nacht open is, onaanvaardbare geluidshinder veroorzaakt voor de toekomstige bewoners. Dat maakt de weigering ook op dit punt onvoldoende gemotiveerd.
De uitspraak is echter incompleet zoals aangeleverd, waardoor niet alle weigeringsgronden volledig zijn beoordeeld. Op de punten die wél zijn behandeld, concludeert de Afdeling dat de gemeente haar besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De Raad van State vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt de gemeenteraad op een nieuw besluit te nemen over de vaststelling van het bestemmingsplan.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:14417, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, ROT 24/4782
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23380, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, SGR 21/8342 en 22/2147
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23378, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, SGR 21/8227
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23381, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, SGR 22/5241 en 23/2734
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402910/1/R3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1833