ECLI:NL:RVS:2026:194, Raad van State, 14-01-2026, 202407738/1/A2 — RVS:2026:194
Samenvatting
Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om haar private geldschuld over te nemen afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. De minister heeft geweigerd haar schuld bij de Rabobank over te nemen, omdat de schuld na 31 mei 2021 is ontstaan en opeisbaar is geworden. De schuld komt daarom volgens de minister op grond van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet voor vergoeding in aanmerking. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het beroep van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep te laat is ingesteld. [appellante] betoogt de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar is. Volgens haar moet de bestuursrechter het burgerperspectief als uitgangspunt nemen en mag meer burgerresponsiviteit van de rechtbank verwacht worden.
Betrokken advocaten
mr. J. Rhebergen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6318, Raad van State, 24-12-2025, 202500060/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6320, Raad van State, 24-12-2025, 202407717/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9221, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, BRE 25/5451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6128, Raad van State, 17-12-2025, 202500529/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202407738/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:194