ECLI:NL:RBDHA:2022:3788, Rechtbank Den Haag, 25-02-2022, AWB 20/8193 — RBDHA:2022:3788
Samenvatting
MVV ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij echtgenoot Eisers en haar dochter hebben een aanvraag ingediend voor verblijf bij de echtgenoot van eiseres. In de voorgaande procedure was de gestelde duurzame en exclusieve relatie, toen op basis van een partnerrelatie met referent, onvoldoende aangetoond omdat zij tegenstrijdige verklaringen tijdens het simultaan gehoor hadden gegeven. Dit is in rechte vast komen te staan. Eiseres en referent zijn vervolgens getrouwd en hebben bij de onderhavige aanvraag een gelegaliseerde huwelijksakte en aanvullende stukken overgelegd. Daarnaast heeft een simultaan gehoor plaatsgevonden. Verweerder is van oordeel dat de aanvraag afgewezen moet worden omdat niet is aangetoond dat er feitelijk invulling wordt gegeven aan het gezinsleven gelet op de vele tegenstrijdigheden in het simultaan gehoor. Dat eiseres en referent een huwelijk zijn aangegaan maakt dit niet anders. Niet is in geschil dat er een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk is gesloten. De rechtbank volgt eisers niet in de stelling dat met het enkel rechtsgeldig sluiten van het huwelijk de eis van een werkelijk huwelijks- of gezinsleven niet mag worden gesteld. De rechtbank verwijst hiervoor onder meer naar de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:998): met het overleggen van een huwelijksakte is in beginsel aan de bewijslast voldaan, maar er kunnen indicaties zijn om nader onderzoek te doen naar het feitelijk gezinsleven en dit is niet in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn, omdat artikel 5, tweede lid, van de richtlijn in die mogelijkheid voorziet. Dit onderzoek doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het doel en het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Als er geen sprake is van feitelijk gezinsleven, bestaat er geen gezinsleven dat voor bescherming in aanmerking komt. Daar komt nog het volgende bij. In artikel 4, eerste lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn is bepaald dat de lidstaten uit hoofde van de richtlijn en op voorwaarde dat aan de in hoofdstuk IV en artikel 16 gestelde voorwaarden is voldaan, toestemming geven tot toegang en verblijf aan onder andere de echtgenoot van de gezinshereniger. Artikel 4 van de Gezinsherenigingsrichtlijn is volgens de Transponeringstabel geïmplementeerd in onder andere artikel 3.14 Vb. In artikel 16, eerste lid onder b, van de Gezinsherenigingsrichtlijn is bepaald dat de lidstaten een verzoek tot toegang met het oog op gezinshereniging (onder andere) kunnen afwijzen wanneer de gezinshereniger geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt met het gezinslid. Artikel 4 van de Gezinsherenigingsrichtlijn stelt dus expliciet dat aan de voorwaarden van artikel 16 van de Gezinsherenigingsrichtlijn moet worden voldaan. De rechtbank leidt ook hieruit af, dat er sprake moet zijn van een werkelijk huwelijks- of gezinsleven. Verweerder heeft voorts volgens de rechtbank in het besluit uitgebreid de vele tegenstrijdige verklaringen uiteengezet, deze wegen niet op tegen de enkele overeenstemmende verklaringen. Verweerder heeft niet ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen feitelijke invulling aan het gezinsleven wordt gegeven. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. M.J. Hofstra
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:388, Raad van State, 22-01-2026, 202406705/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24424, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, SGR 25/3305
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23637, Rechtbank Den Haag, 08-09-2025, NL25.23416
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15897, Rechtbank Den Haag, 19-08-2025, NL25.13280
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 20/8193
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:3788