Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:2989Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:2989, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.32593 — RBDHA:2026:2989

Samenvatting

De minister heeft de aanvraag voor verblijf bij zoon mogen afwijzen. De belangenafweging in het kader van 8 EVRM is niet ten onrechte in het nadeel van eiseres uitgevallen. Hierbij heeft de minister betekenis mogen toekennen aan de omstandigheid dat het een eerste toelating betreft en er geen objectieve of subjectieve belemmering bestaan om het gezinsleven elders uit te oefenen. Verder heeft de minister het economisch belang van de staat mogen meewegen, met name de verwachte druk op de gezondheidszorg. Het is ook een bewuste keus van de minister geweest om het ouderenbeleid af te schaffen en een terughoudender gezinsmigratiepolitiek te voeren.

Betrokken advocaten

mr. J.M. Walther

eiser

Zumpolle Advocaten, UTRECHT

mr. K. Kanters

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 januari 2026

Zaaknummer

NL25.32593

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:2989

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verplicht minister tot besluit over Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bewaring Poolse asielzoeker blijft rechtmatig ondanks ingediende zienswijze
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister opnieuw te laat met mvv-besluit, dwangsom van €100 per dag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Egyptenaar tevergeefs tegen overdracht naar Zwitserland
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht