ECLI:NL:RBDHA:2026:2989, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.32593 — RBDHA:2026:2989
Samenvatting
De minister heeft de aanvraag voor verblijf bij zoon mogen afwijzen. De belangenafweging in het kader van 8 EVRM is niet ten onrechte in het nadeel van eiseres uitgevallen. Hierbij heeft de minister betekenis mogen toekennen aan de omstandigheid dat het een eerste toelating betreft en er geen objectieve of subjectieve belemmering bestaan om het gezinsleven elders uit te oefenen. Verder heeft de minister het economisch belang van de staat mogen meewegen, met name de verwachte druk op de gezondheidszorg. Het is ook een bewuste keus van de minister geweest om het ouderenbeleid af te schaffen en een terughoudender gezinsmigratiepolitiek te voeren.
Betrokken advocaten
mr. K. Kanters
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2084, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, AWB 24/1031
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:892, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL24.48275
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:689, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.45551
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24719, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.33916
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.32593
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2989