Rechter dwingt minister tot besluit op asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:6832
asiel / niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen zestien weken te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en veroordeeld tot betaling van €467 proceskosten.
- Beslistermijn op asielaanvraag van 30 december 2024 is verstreken zonder besluit van de minister
- Rechtbank past het '8+8 wekenmodel' toe en geeft de minister zestien weken voor een nieuw besluit
- Rechterlijke dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding, met maximum van €15.000
- Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag. Die aanvraag werd ingediend op 30 december 2024, maar de wettelijke beslistermijn verstrijkt zonder dat er een besluit volgt.
Nadat de beslistermijn was verstreken, sommeerde de asielzoeker de minister om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. Toen ook dat uitbleef, stapte hij naar de rechter. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, behandelde de zaak zonder zitting en oordeelde zonder omwegen dat het beroep terecht is: de minister heeft zijn plicht verzuimd.
Bij het opleggen van een nieuwe termijn hield de rechtbank rekening met het zogeheten '8+8 wekenmodel', een werkwijze die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vastgesteld voor dit soort gevallen. Dat model houdt in dat de minister in totaal zestien weken krijgt om alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op de asielaanvraag, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak.
Om de naleving van die termijn te waarborgen, legt de rechtbank een dwangsom op. Als de minister de zestien weken overschrijdt, moet hij de asielzoeker honderd euro per dag betalen, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten: 467 euro voor de juridische bijstand die de asielzoeker heeft ingeschakeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:119, Gerechtshof Amsterdam, 21-01-2025, 200.336.301/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1021, Gerechtshof Amsterdam, 02-05-2023, 200.317.064/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:3570, Gerechtshof Amsterdam, 16-11-2021, 200.288.465/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:2301, Gerechtshof Amsterdam, 20-07-2021, 200.288.465/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.8518
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6832