Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:12384Strafrecht

ECLI:NL:RBNHO:2025:12384, Rechtbank Noord-Holland, 23-10-2025, 15/206719-25 — RBNHO:2025:12384

Samenvatting

De verdediging heeft het ondervragingsrecht niet kunnen uitoefenen gelet op medische toestand aangeefster. Verklaringen van aangeefster kunnen worden aangemerkt als sole or decisive. Er zijn geen compenserende factoren geboden. Gebruik van de verklaringen van aangeefster zou betekenen dat het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM niet meer kan worden gewaarborgd. De verklaringen van aangeefster dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Met het wegvallen van de verklaringen van aangeefster is er onvoldoende wettig bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De verdachte zal gelet hierop worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Betrokken advocaten

mr. E. Stam

verdachte

Takens Admiraal Advocaten, AMSTERDAM

mr. A. van Eck

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken