ECLI:NL:RBOVE:2025:2462, Rechtbank Overijssel, 18-04-2025, ak_23_2041 — RBOVE:2025:2462
Samenvatting
Intrekking Nederlanderschap op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Strafrechtelijke veroordeling wegens lidmaatschap van Islamitische Staat in Syrië en voorbereiden en bevorderen terroristische misdrijven. Intrekking niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel. Eiseres heeft ook de Afghaanse nationaliteit en loopt bij terugkeer in Afghanistan een 3 EVRM-risico. De staatssecretaris heeft dat 3-EVRM-risico niet hoeven betrekken bij de afweging in het kader van artikel 68a BvvN: De intrekking van het Nederlanderschap leidt er enkel toe dat eiseres geen Nederlandse meer is en weer als vreemdeling geldt in de zin van de Vreemdelingenwet 2000. Of zij als vreemdeling in Nederland al dan niet recht heeft op een vorm van rechtmatig verblijf – bijvoorbeeld vanwege het 3-EVRM-risico dat zij in Afghanistan loopt – dient aan de orde te komen in een vreemdelingrechtelijke procedure en staat los van de intrekkingsprocedure. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat de gevolgen van het verlies van het Unieburgerschap voor eiseres niet dermate ernstig zijn dat de intrekking van het Nederlanderschap alleen al daarom heroverwogen zou moeten worden. De staatssecretaris heeft alle belangen en persoonlijke omstandigheden die door eiseres zijn aangedragen in het bestreden besluit betrokken. De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de persoonlijke belangen van eiseres om het Nederlanderschap te behouden niet opwegen tegen het belang van de staatssecretaris bij de intrekking van het Nederlanderschap vanwege de geschonden essentiële belangen van Nederland. De intrekking levert geen strijd op met artikel 8 EVRM.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1965, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.54010
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1228, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.57967
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:142, Raad van State, 14-01-2026, 202302916/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 april 2025
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
ak_23_2041
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:2462