ECLI:NL:CBB:2023:159, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-03-2023, 21/396 — CBB:2023:159
Samenvatting
Hoger beroep. Wet handhaving consumentenbescherming. ACM heeft aan deze telecomaanbieder (evenals aan drie andere telecomaanbieders) bestuurlijke boetes opgelegd wegens oneerlijke handelspraktijken. ACM vond het namelijk misleidend dat op de website niet duidelijk werd gemaakt dat een korting op een abonnement voor mobiel bellen alleen gold in combinatie met een internetabonnement bij een bepaalde aanbieder (misleidende informatie). Ook vond ACM het misleidend dat op de website niet duidelijk was vermeld dat er eenmalige kosten aan een abonnement waren verbonden (misleidende omissie). De rechtbank was van oordeel dat de telecomaanbieder alle overtredingen had begaan, maar stelde de totale boete op een lager bedrag vast omdat de oorspronkelijke boete te hoog (niet evenredig) was. Het hoger beroep van de telecomaanbieder is alleen gericht tegen de boete die is opgelegd voor de misleidende omissie. Volgens de telecomaanbieder was in haar interne beleid vastgelegd dat de eenmalige kosten altijd duidelijk, ondubbelzinnig en leesbaar bij iedere prijs moesten worden vermeld. Maar in dit geval was volgens de telecomaanbieder sprake geweest van een eenmalige vergissing. Volgens de telecomaanbieder had ACM geen boete mogen opleggen, of hooguit een symbolische boete. Het College gaat ervan uit dat inderdaad sprake was van een incidentele fout die direct na ontdekking is hersteld. Het College is van oordeel dat ACM de op te leggen boete onvoldoende heeft afgestemd op de ernst van de overtreding, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de duur van de overtreding. Het mag geen automatisme zijn om bij overtreders met een hoge omzet steeds te kiezen voor een omzetgerelateerde boete. En ook al is het hoger beroep alleen tegen de boete voor de misleidende omissie gericht, neemt dat niet weg dat bij de beoordeling van de evenredigheid van die boete rekening moet worden gehouden met de boete die voor het geven van misleidende informatie is opgelegd. Het evenredigheidsbeginsel vergt dat bij de afstemming van de hoogte van deze boete daarmee rekening wordt gehouden. De gezamenlijke hoogte van de opgelegde boetes moet evenredig zijn. Het College acht voor de misleidende omissie een boete van € 200.000,- passend en geboden.
Betrokken advocaten
Kennedy Van der Laan, AMSTERDAM
Kennedy Van der Laan, AMSTERDAM
Watson Law, 'S-HERTOGENBOSCH
mr. A. El Baghdadi
mr. W.L.C. Kuks
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:15, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 24/950
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12967, Rechtbank Rotterdam, 11-11-2025, ROT 24/7554
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6917, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-10-2025, AWB 25_3246
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6915, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-10-2025, AWB 25_2529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 maart 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
21/396
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:159