ECLI:NL:CBB:2023:255, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-05-2023, 21/1031 — CBB:2023:255
Samenvatting
accountantstuchtrecht De voorzitter van de accountantskamer heeft een indiener van een klacht per brief medegedeeld dat zij geen voor beroep of verzet vatbare beslissing naar aanleiding van het klaagschrift zal verstrekken. Volgens de voorzitter is sprake van misbruik van tuchtrecht. Gelet op de evidente niet ontvankelijkheid van de klacht, is volgens haar op voorhand uitgesloten dat de behandeling van deze klacht zou kunnen bijdragen aan de doelstelling van het tuchtrecht. Het klaagschrift wordt daarom niet in behandeling genomen. De brieven zijn ondertekend door de voorzitter en bevatten geen rechtsmiddelenclausule. Het College stelt vast dat de brieven van de voorzitter geen aanwijzing bevatten dat daarmee is bedoeld toepassing te geven aan artikel 39, eerste lid, van de Wtra. De mededeling van de voorzitter is evenmin gebaseerd op artikel 22, eerste lid onder b, van de Wtra. Een andere grondslag voor het buiten behandeling stellen van de klacht, kent de Wtra niet. Buiten de hierboven genoemde afdoeningswijzen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kent de Wtra als afdoeningswijze voor ingediende klachten slechts de uitspraak van de accountantskamer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Wtra, waarmee (definitief) op de klacht wordt beslist. Naar het oordeel van het College strekken de brieven van de voorzitter er ontegenzeggelijk toe de klacht bij de accountantskamer (definitief) af te doen. De in deze brieven gelegen beslissing moet in elk geval voor wat betreft de mogelijkheid daartegen op te komen op één lijn te worden gesteld met een uitspraak als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Wtra. Een andere zienswijze zou erop neerkomen dat een klager op een niet in de Wtra neergelegde grondslag kan worden afgehouden van een beslissing op zijn klacht, zonder dat daartegen hoger beroep kan worden ingesteld. Het hoger beroep wordt in zoverre gegrond verklaard en de beslissing van de voorzitter van de accountantskamer wordt vernietigd. Het College doet de zaak zelf af en verklaart de klacht niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel.
Betrokken advocaten
Blaisse Advocaten, AMSTERDAM
mr. A.O. Salkazanova
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-08-2025, 22/2051
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1144, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2025, 200.330.781_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:CBB:2024:314, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-04-2024, 22/638
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:6166, Rechtbank Rotterdam, 13-07-2023, C/10/632810 / HA ZA 22-91
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 mei 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
21/1031
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:255