ECLI:NL:CBB:2023:59, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-02-2023, 22/368 — CBB:2023:59
Samenvatting
Ter beoordeling ligt de vraag of sprake is van een nieuwe onderneming, dan wel voorzetting van een bestaande onderneming door de uitbreiding van de activiteiten. Het College is van oordeel dat niet is gebleken dat appellante haar oorspronkelijke activiteiten heeft gestaakt. Aan de bestaande inschrijving in het Handelsregister is een SBI-code toegevoegd, waardoor sprake is van voortzetting van de onderneming. Het College is van oordeel dat appellante niet in aanmerking komt voor een uitzondering op de referentieperiode. Voor zover appellante een beroep doet op de uitspraak van het College van 31 mei 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:271), is het College van oordeel dat dit alleen al omdat appellante een B.V. drijft, geen vergelijkbaar geval betreft. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. S.M. Piron
verweerder
M.P.E.M. Coenen
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:616, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-11-2025, 25/129
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:618, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-11-2025, 23/1793
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:617, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-11-2025, 23/2022
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:438, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-08-2025, 25/59
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 februari 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/368
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:59