ECLI:NL:CBB:2024:34, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-01-2024, 21/1193 — CBB:2024:34
Samenvatting
Eén van de grote kamer-zaken over verschoonbaarheid (artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht), in vervolg op de conclusie van raadsheer advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 7 september 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:476). Het College verwijst voor het beoordelingskader naar zijn uitspraak in de zaak met nummer 22/1049 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het bezwaarschrift is te laat ingediend doordat de onderneming het in de digitale omgeving geplaatste besluit niet binnen de bezwaartermijn heeft geopend. In dit geval is geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding niet verwijtbaar is of dat de onderneming een slechts gering verwijt treft. Aan de twee (wel) geopende besluiten mocht de onderneming niet de verwachting ontlenen dat ook het derde besluit positief voor haar zou zijn. Ook de andere omstandigheden die de onderneming aanvoert (de gevolgen van de coronapandemie en personeelswisselingen) zijn onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de termijnoverschrijding niet aan de onderneming kan worden toegerekend.
Betrokken advocaten
Wieringa Advocaten, AMSTERDAM
TeekensKarstens advocaten notarissen, HAARLEM
mr. M.J.H. van der Burgt
mr. S. Levelt
mr. E. Slot
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:364, Raad van State, 21-01-2026, 202304611/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:366, Raad van State, 21-01-2026, 202304593/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:14, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 24/499
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:157, Rechtbank Amsterdam, 12-01-2026, AMS 24/466, AMS 24/467 en AMS 24/469
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
21/1193
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:34